Verzet tegen opgelegde plichten

Het gezonde verstand suggereert, dat de klantmanager en de bijstandsgerechtigde tezamen moeten zoeken naar wegen om te komen tot een voorspoedige uitstroom, gegeven de aanwezige mogelijkheden en beperkingen. Het traject naar werk of activering heeft baat bij een wederzijds vertrouwen, waarbij alle relevante informatie wordt gedeeld. Helaas kan vertrouwen worden misbruikt. De gemeentelijke targets (verminderen van het aantal bijstandsgerechtigden, maar ook bijvoorbeeld een voorkeur voor bepaalde doelgroepen, die als bijzonder kwetsbaar of kansrijk worden gezien) kunnen de hoogste prioriteit krijgen. Wat kun je doen, wanneer je als bijstandsgerechtigde in zo een situatie komt?

Het is verstandig om je eigen gevoelens van ongenoegen te bespreken met belangenbehartigers. Daarmee kun je nagaan of je verontwaardiging terecht is. Ook kan een belangenbehartiger oplossingen aandragen voor je problemen met de klantmanager. Helaas zijn goede belangenbehartigers schaars, en dus is de drempel tot hulp hoog. Vakbondsleden kunnen hulp zoeken bij het lokale steunpunt van hun bond. Hier zijn consulenten Werk en Inkomen aanwezig om je vragen te beantwoorden. Vaak kost het enige tijd, voordat je de juiste (deskundige) consulent hebt gevonden. Voorts verplicht de Participatiewet tot de oprichting van lokale cliëntenraden. Strikt genomen behandelen die geen individuele klachten. Toch houden sommige cliëntenraden een spreekuur, waar je terecht kunt met problemen.

Zo nodig kun je de klantmanager aanspreken op diens onwenselijke gedrag, houding of opvatting. Dat vereist tact, want de klantmanager kan protesten uitleggen als een onwil om mee te werken. Klantmanagers beschikken over sanctie-mogelijkheden om bijstandsgerechtigden te disciplineren. Als je psychisch onder druk staat, en emotioneel bent, dan kun je een vertrouwde persoon meenemen naar het gesprek. Die moet dan wel goed begrijpen, wat je wilt bereiken. Ik vermoed, dat deze mogelijkheid vooral wordt gebruikt door mensen, die cliënt zijn bij de geestelijke gezondheidszorg.

Als je twijfelt over je rechten, dan kun je advies vragen bij de sociaal raadslieden van de gemeente, of bij het Juridisch Loket (een organisatie met landelijk ongeveer 50 vestigingen, dus niet overal aanwezig). Helaas kun je niet formeel een bestuursrechtelijk bezwaar maken tegen de plichten, die de klantmanager je oplegt. De verplichtingen hebben namelijk zelden de vorm van een bestuursbesluit (een schriftelijke beslissing, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling). De aanwijzingen en opdrachten van de klantmanager zijn een feitelijk handelen van een ambtenaar.

Als je het gedrag van je klantmanager echt aanstootgevend vindt, dan kun je een formele klacht indienen bij de gemeente. De klachtenprocedure is vastgelegd in hoofdstuk 9 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Die klacht moet je indienen binnen een jaar na het optreden van het incident. Als de afhandeling van de klacht onbevredigend is, dan kun je extern een klacht indienen, bijvoorbeeld bij de Nationale Ombudsman. Een klacht heeft het voordeel, dat de gemeente zich schriftelijk moet verantwoorden voor haar gedrag. Daarna kun je je verzet concentreren op de aangedragen verantwoording. Een klacht is een instrument van communicatie zonder waarborgen of aanspraken. Daarom bemoeien advocaten zich niet met klachten. Bovendien kan de afhandeling lang duren.

Bestuurlijk zijn je rechten dus vrij duidelijk. De praktijk kan een ander verloop hebben, zelfs wanneer je thuis bent in het functioneren van bestuurlijke organisaties. Zelf heb ik ooit (in 1997) een cursus Bestuursrecht gedaan, en dus had ik inzicht in zulke regelgeving. Maar dat was niet genoeg. Wegens mijn autisme lukt het niet altijd om snel en adequaat te reageren. Ik heb wel steeds geprotesteerd, en mijn grenzen aangegeven. Dat was een hard gevecht, want overspanning en traumatisering verzwakken je doen-vermogen. Overigens kreeg ik ook weinig nuttige input van mijn kennissen. Voor tips en goede raad moet je echt op zoek gaan naar deskundigen.

Je zou denken, dat de klantmanagers van de sociale dienst alert zijn op de zorgvraag van bijstandsgerechtigden. Als je overspannen raakt, en hulp zoekt bij je huisarts, dan is het eigenlijk al te laat. Mijn ervaring laat zien, dat de sociale dienst kan ontsporen. De verhalen over mijn bezoeken aan de huisarts werden aangegrepen als een aanleiding om het sollicitatietraject te intensiveren. Wellicht was de gedachte, dat ik dan sneller zou uitstromen, en in een baan wel weer zou kunnen ontspannen. Dit is een onacceptabele en grensoverschrijdende gok met mijn gezondheid.

Als het gemeentelijke traject in de bijstand zodanig is, dat het aantoonbaar je gezondheid aantast, dan kun je de gemeente hierop juridisch aanspreken. Evident heeft dit enkel een kans van slagen, wanneer er sprake is van grove nalatigheid bij de gemeente. Als bijstandsgerechtigde heb je een formele relatie met de gemeente, en dit verplicht de gemeente om rekening te houden met jouw welzijn. In die zin lijkt het op een arbeidscontract. Momenteel bewandel ik deze juridische weg, die loopt via een verwijt van onrechtmatige daad bij de civiele rechtbank. Dit vraagt veel van je. Je moet kennis hebben van juridische procedures, en veel tijd investeren in het vertalen van het aangedane leed naar een juridisch betoog. Je moet kunnen reflecteren op je eigen gedrag. Je moet je beweringen en stellingen kunnen bewijzen, of tenminste aannemelijk maken. Procederen is duur, en de kosten kunnen oplopen tot duizenden euro’s. Je moet dus zorgvuldig afwegen wat je kans op succes is, en welke baten je kunt verwachten van de procedure.